veilig paardrijden

Paarden zijn kudde en vluchtdieren. De ogen zijn zo geplaatst dat ze een vijand op tijd zien aankomen. Hun eerste instinct is van oorsprong ... vluchten.

Daarom zijn een aantal zaken van belang in de omgang met paarden. Ze lijken allemaal vanzelfsprekend, maar het kan geen kwaad om de punten nog eens goed door te nemen.

  • Kondig aan dat je de stal binnen gaat.
  • Loop nooit vlak achter een paard langs.
  • Doe alles rond het paard rustig, duidelijk en beheerst, zodat hij niet schrikt en gebruik je stem.
  • Loop links naast je paard. Als je voor je paard loopt en hij schrikt ergens van, kan hij over je heen lopen.
  • Benader het paard rustig zijdelings of frontaal.
  • Je kan veel afleiden uit de gezichtsuitdrukking van het paard.
  • Draag een goede helm tijdens de lessen (CE/EN 1384).
  • Draag geschikte paardrijkleding.
  • Laarzen zijn van belang, aangezien de kans dan kleiner is dat je bij een val in de beugels blijft hangen.
  • Vraag voor het betreden van de bak: "Deur vrij!?". Pas bij antwoord verder gaan.
  • Mocht je paard ergens van schrikken, denk er dan aan dat hij in zijn vluchtreactie van het gevaar zal weg rennen, naar de andere paarden toe of naar huis / stal / uitgang.
  • Overschat jezelf niet. Je kunt beter weten waar je grenzen liggen dan ze overschrijden en daardoor gewond raken.
  • Zet een paard nooit aan zijn teugels vast.
  • Als je een paard vastzet, kan hij niet vluchten en belemmer je zijn uitzicht naar achteren. Het paard kan zich dan verdedigen met de achterbenen.