In tegenstelling tot de
drafsport, waarbij een pikeur op een sulky achter een draver zit, neemt bij de rensport een jockey plaats in een zadeltje op een Volbloed. Gezien het beperkte aantal rennen dat in Nederland wordt gelopen, is de sport overzichtelijker dan de drafsport. In beide disciplines speelt de
Stichting Nederlandse Draf- en Rensport (NDR) een overkoepelende rol.
Een paard is beter in staat een last te trekken dan te dragen. Daarom biedt het totaalgewicht van jockey + zadel een mogelijkheid de snelheid van een renpaard te beïnvloeden: hoe zwaarder deze last, hoe langzamer het paard wordt.
Op dit principe berust een zgn. handicap ren. Het beste paard krijgt het hoogste gewicht toebedeeld, terwijl renpaarden met minder capaciteiten minder worden belast. Theoretisch zouden in een handicap-ren alle deelnemers gelijktijdig de finish moeten passeren, als er geen andere factoren in het spel zouden zijn (vormverlies, jockey, bodemgesteldheid, afstand, koersverloop enz.).
Naast handicap rennen bestaan rennen waarbij het te dragen gewicht wordt bepaald door een aantal vaste voorwaarden: de conditieren. Deze voorwaarden zijn vaak gerelateerd aan het reeds gewonnen prijzengeld, de leeftijd en/of aan het aantal behaalde overwinningen. Zo heet een paard dat nog nimmer gewonnen heeft een maiden en een ren speciaal voor deze categorie een maiden-ren. Aan de andere kant van de schaal is er een aantal conditierennen met bijzondere betekenis: de klassiekers, waarin veelal onder gelijk gewicht bepaald wordt hoe de verhoudingen binnen een generatie liggen. De belangrijkste onder de klassiekers is de Derby, welke in Nederland in de eerste helft van juli over 2400 meter wordt verreden.
Afstand:
de kortste rennen in ons land vinden plaats over 1000 meter. Renpaarden welke op deze afstand (tot plm. 1350m) het beste tot hun recht komen staan bekend als sprinters. Rond 1600 meter komen de mijlers aan bod. De meeste rennen in Nederland vinden plaats over de middenafstand, zijnde 1900-2150 meter. Daarboven komen de stayers aan bod, welke in oktober met hun Cesarewitch over 3600 meter een hoogtepunt beleven. Bij uw prognoses dient te worden overwogen of een paard wel op de optimale afstand wordt ingezet.
Jockey:
lichaamsgewicht is het grootste probleem van de jockey. Wil die in alle rennen aan bod kunnen komen, dan dient het gewicht onder de 47 kg te liggen! Wanneer hun paard meer moet dragen, wordt het totaal aangevuld met loodplaten. Dit dode gewicht belemmert een paard meer dan het levende gewicht van een zwaardere (en doorgaans meer krachtige) jockey. Deze zal echter heel wat ritten moeten laten schieten, want elke kilo welke een renpaard boven het toegewezen gewicht draagt vermindert de kansen (overgewicht). Beginnende, jeugdige jockeys staan onder contract bij een trainer als leerlingjockey. Zij genieten zolang hun overwinningen beperkt zijn, een gewichtsontheffing variërende van 5 tot 1 kg op het toegewezen gewicht. Regelmatig worden ook rennen verreden voor amatrices en amateurs. De schaal van gewichten ligt dan een stuk hoger en ook beginnende liefhebbers genieten een gewichtsontheffing. Uiteraard kunt u met de kwaliteiten van een jockey (vaak gerelateerd aan het aantal overwinningen per jaar) rekening houden in uw prognoses.
Bodem:
sommige renpaarden presteren beter op harde bodem, andere juist in de modder. Indien in het verleden een duidelijke voorkeur bekend is, dient ook dit te worden betrokken bij de prognose. Daarbij komt, dat een zware bodem soms stayers extra bevoordeelt en/of sprinters benadeelt.
Taktiek:
meestal is het slechts bij enkele sprintkoersen zo, dat van start tot finish op volle snelheid wordt gekoerst. Een tevoren uitgestippelde taktiek is voor elke deelnemer dan ook van belang. Indien een bekende koploper staat ingeschreven, ligt een straf tempo voor de hand; dat kan andere deelnemers weer bevoor- of benadelen. Indien daarentegen (bijvoorbeeld in een stayerskoers) niemand het zware kopwerk wil doen zal het tempo stilvallen en de ren ontaarden in een sprint in de laatste rechte lijn, waarbij de stayers juist in het nadeel zijn; men spreekt dan van een valse ren.
Gewicht / leeftijd:
het dragen van een hoog gewicht is van extra invloed indien een onvolwassen paard (onder 4,5 jaar) in het strijdperk treedt tegen een oudere soortgenoot. Er bestaat een gewicht-voor-leeftijd tabel waarmee rekening wordt gehouden in conditie-rennen. In handicaps dient men te bedenken, dat alleen de betere jeugd met hoog gewicht kan zegevieren.
Gewicht / afstand:
naar mate de afstand langer is, zal elke kilo zwaarder gaan drukken. Men kan ervan uit gaan, dat 1 kilo extra over 1000 meter plm. een halve paardenlengte uitmaakt; over de mijl is dat plm. 1 lengte en over 2400 meter 2 lengten. Bij het beschouwen van voorgaande verrichtingen biedt dit de mogelijkheid conclusies te trekken omtrent de verhoudingen onder andere gewichten en/of over andere afstand.
Prognoses zijn in de rensport gezien het bovenstaande geen gemakkelijke zaak. Het moet inmiddels echter wel duidelijk zijn, dat een inleg bij Autotote niet als een pure gok mag worden gezien. De speler heeft in deze branche wel degelijk de gelegenheid de kansen te beïnvloeden door beredenerend te werk te gaan: een van de charmes van de King of sports.