veiligheid buiten rijden
 

Alle ruiters van een groep die naar buiten gaan (openbare weg en of natuurgebied) moeten minimaal in staat zijn zelfstandig te kunnen galopperen. Zij moeten worden begeleid door een ruiter die gekwalificeerd is om leiding te geven (of instructeur) en die een geldig ruiterbewijs heeft.

De leider van de groep moet de ruiters van de groep voor vertrek instrueren over de commando’s die onderweg worden gegeven en ook over algemene gedragsregels bij val van een ruiter, op hol slaan en dergelijke.

De leider van de groep beschikt over een mobiele telefoon met het alarmnummer en de nummers van de manege en de dierenarts. Schakel de mobiele telefoon tijdens de rit uit, in verband met de mogelijke schrikreacties van het paard.

De leider van de groep heeft een reserve beugelriem en een scherp mes met afgeschermd lemmet bij zich.

Een groep die naar buiten gaat mag niet groter zijn dan 10 ruiters in totaal.

Een begeleidende fietser mag niet vlak bij of vlak achter het paard rijden.

De huisregels en rijbaanregels gelden ook voor buiten rijden, voor zover van toepassing.

Bij het rijden in het donker of schemer dient de ruiter de wettelijk verplichte verlichting te voeren, volgens artikel 36 reglement ‘verkeersregels en verkeerstekens’ (RVV), 1990. De ruiter moet rood licht naar achteren stralen en wit of geel licht naar voren.

Het dragen van reflecterend materiaal aan paard en/of ruiter wordt sterk aanbevolen.

Bij buitenritten met minder ervaren ruiters/kinderen is de aanwezigheid van een ervaren ruiter gewenst, ter ondersteuning van de instructeur.