SPIERPROBLEMEN ZIJN ONBEGREPEN PROBLEMEN
Wat is nu eigenlijk een spierprobleem ?
Kort uitgelegd betekent het dat de spier niet meer helemaal (of helemaal niet meer) kan ontspannen.
Dit komt door een verkleving van beschadigde spiervezels.
Zuurstof en glucose vinden hun weg niet meer door de gehele spier.
Waarom onbegrepen ?
Naar ons idee zijn spierproblemen onbegrepen problemen omdat de meeste paardeneigenaren weinig kennis bezitten over het functioneren van het spierstelsel en nog minder over de hoeveelheid pijn die het bij een paard veroorzaakt. Spierproblemen ontstaan (meestal) heel langzaam. Ze sluipen er als het ware in. De ruiter raakt gewend aan het gedrag van het paard waarmee hij of zij wil aangeven dat er een probleem (aan het ontstaan) is.
Strakke spieren (tight muscles) zijn verkorte spieren, de spiervezels worden in een vergrote staat van samentrekking gehouden. De spieren kunnen zich helemaal niet meer, of niet snel genoeg meer ontspannen. Hierdoor verliest de spier zijn functie als beschermer van het gewricht en verliest zijn flexibiliteit. Spierspanningen blijven niet beperkt tot 1 geïsoleerde plek. Het probleem verbreidt zich van de ene spiergroep naar de andere. Als één groep in de problemen is gekomen moet de andere, naastliggende groep de functie overnemen. Met alle gevolgen van dien.
Een aantal situaties waarbij spierproblemen ontstaan:
• Onvoldoende en onjuiste warming up
• Te korte cooling down
• Slechte training (repetitive strain)
• Vastliggen in de box
• Valpartij (ook veulens en jonge paarden kunnen hierdoor al spierproblemen ontwikkelen).
Spierproblemen, hoe te herkennen
Of u nu springt, dressuur, endurance, aangespannen of recreatief rijdt, in alle disciplines wordt spierkracht gevraagd.
Vaak vertellen eigenaren ``Ik heb nooit geweten dat mijn paard zoveel problemen had``.
Toch geeft het paard vele signalen af. Zoals eerder vermeld spierproblemen sluipen er in.
Ze ontstaan meestal heel geleidelijk. U raakt er min of meer aan gewend.
Realiseert u zich hierbij dat het paard van nature een kuddedier is en niet snel zal opgeven.
Het paard blijft lopen en zijn best doen ongeacht de enorme hoeveelheid pijn. Wel wordt het paard vaak onrustig van pijn en geeft het vele signalen af.
Het betreft een grote opsomming van punten waar uw paard hinder van kan ondervinden. Er staat vast wel één punt bij waar ook uw paard moeite mee heeft. Wij zijn van mening dat zo `n 85% van de paarden met spierpijn loopt. De één in een hogere mate dan de ander. Wij pleiten er voor om vroegtijdige maatregelen te treffen en het kleine probleem niet laten uitgroeien tot een groot probleem.
Want één gegeven staat vast m.b.t. spierproblemen: ZE GAAN NOOIT VANZELF OVER. Wees eerlijk en denk niet mijn paard heeft dit niet. Bespaar uw paard pijn en ongemak. Bedenk dat spierproblemen in een gevorderd stadium nooit door training opgelost kunnen worden.
Veel voorkomende signalen:
• Niet graag gepoetst willen worden, het hangt af van de mate van spierpijn of het het hele lichaam betreft of enkele plekken. Spierpijn geeft ook aan de oppervlakte pijn, U kunt dat bij u zelf voelen als u ergens gevoelige spieren heeft.,U hoeft maar lichte druk uit te oefenen en u voelt pijn.
• Niet graag gezadeld willen worden.
• Geen stelling willen nemen naar links en/of rechts.
• Geen plezier beleven aan het rijden.
• Knikken in de voorknieën (ook op stal).
• De voorbenen niet recht onder de massa plaatsen (ook in stilstand, in de box).
• Onregelmatige stap en/of draf.
• Niet voorwaarts neerwaarts kunnen rijden.
• Bij het springen altijd vanuit dezelfde galop (linker of rechter) de hindernis over.
• Moeilijk in galop kunnen aanspringen.
• Het hoofd schudden.
• Hoofd en hals kantelen.
• Niet willen verzamelen.
• Moeite met lengtebuiging.
• Niet recht kunnen stellen op rechte lijn.
• Het ene voorbeen hoger optillen bij het springen.
• Weigeren voor een hindernis terwijl dat eigenlijk niet bij het paard past.
• Een hupje geven bij het aandraven.
• Niet goed door de schouder kunnen bewegen, korte bewegingen.
• Niet willen nageven, zwaar in de hand zijn, geen fijne aanleuning.
• Knarsetanden tijdens het rijden.
• Balansproblemen.
• Onrustig in gedrag (vluchtgedrag).
• Chagrijnig gedrag.
Een paard heeft twee kanten, het kan zo zijn dat een probleem zich maar op één hand tijdens het rijden manifesteert. Ook dit duidt dan op spierproblemen en niet op onwil!
De training
Trainingsmethoden worden de laatste tijd volop besproken. Wat ons in ieder geval opvalt, is dat in (bijna) ieder artikel dat over trainingsmethodes gaat gesproken wordt in de moet-vorm. Het paard moet dit en het paard moet dat. Onze overtuiging idee is dat de ruiter MOET. De ruiter MOET zich eerst verdiepen in de vraag ``hoe is het met de conditie van het spierstelsel gesteld?``
Maar souplesse, fijne aanleuning en oprichting met een ruiter die een onafhankelijke zit kan aannemen, zijn ver te zoeken. Met andere woorden, er bestaat geen harmonie tussen ruiter en paard. Omdat men vindt dat het paard MOET presteren wordt er van alles uit de kast gehaald om het doel te bereiken. Hulpteugels, zwepen, sporen, nog scherpere sporen, allerlei soorten bitten, de neus- en spareriem zo strak mogelijk aantrekken etc.. Dit zijn harde woorden maar helaas voor veel paarden de dagelijkse praktijk. Misschien hebt u zelf niet deze instelling m.b.t. het rijden van een paard maar dan zult ook u het om u heen zien gebeuren.
Wij zijn van mening dat (bijna) ieder paard zich fijn moet kunnen laten rijden. Een paard op een gedoceerde manier trainen, een stijgende lijn te pakken hebben m.b.t. spieropbouw en de prestaties van het paard, moet voor iedereen mogelijk zijn. Met onze hulp en uw manier van rijden. Het betekent niet dat als wij er voor zorgen dat een paard ``spierpijn vrij`` is, de training en alle oefeningen vanzelf gaan. Maar het gebeurt dan wel op een voor het paard ``eerlijke manier``, op een atleetwaardige manier. Zonder dat er naar allerlei hulpmiddelen gegrepen hoeft te worden en zonder verzet.
Ook u heeft vast wel eens een moment van spierpijn gekend en weet dus hoe een scherpe en gemene pijn dat oplevert. U heeft dan de keuze om rust te nemen. Uw paard moet echter door, iedere dag weer. Realiseert u zich dat de inspanning die u levert als u op uw paard rijdt absoluut niet in verhouding staat tot de inspanning die uw paard moet doen. Vergelijk uw paard dus nooit met uw eigen situatie.
De juiste training?
De juiste training is niet kort uit te leggen. Ieder paard is anders, iedere ruiter is anders. Een goede instructeur, met oog voor het welzijn van uw paard is de juiste keuze. Er zijn echter een aantal punten die wij willen benadrukken.
1. Een juiste warming up
2. Een juiste cooling down
3. Hulpteugels in de kast laten
1. Een juiste warming up is naar ons idee je paard correct voorwaarts neerwaarts rijden in alle drie de gangen. In een rustig basistempo want het paard moet zijn passen goed kunnen afmaken. Niet met te veel impuls. Het paard mag echt het eerste kwartier van het rijden eigenlijk wel meer op de voorhand lopen. Eerst de schouders, hals en rugspier warm rijden en oprekken. Vooral galop in een lange en lage lijn is belangrijk. Hierbij wordt een optimale verbinding tussen de rug en de bilspieren gelegd om de verdere training goed aan te kunnen. Tevens is het voorwaarts neerwaarts rijden een continu toetsingsproces of je paard nog spierpijnvrij beweegt in hals, schouder, rug en bilspieren. Je paard laat namelijk heel snel weten als zich ergens een probleem aan het ontwikkelen is. Als het v-w-n-w rijden niet goed gaat is er ergens iets aan de hand. Je bent er dan vroeg bij zodat juiste actie ondernomen kan worden. .
2. Een goede cooling down is onontbeerlijk om je paard fit te houden. Een slechte cooling down is een belangrijke veroorzaker van spierblokkades. Het hevig hijgen van een paard heeft namelijk de belangrijke functie om zuurstof naar de spieren te transporteren. Sta dus niet langer dan een minuut stil na een grote inspanning. Stap net zo lang uit totdat de ademhaling constant en rustig is geworden.
3. Het gebruik van hulpteugels raden wij af. De reden waarom men (meestal) kiest voor een hulpteugel is omdat het paard het gevraagde niet wil doen. Men verzuimt dan om te luisteren naar de signalen van het paard. De problemen worden uiteindelijk alleen maar groter. Omdat het ontstaan van spierproblemen een heel geleidelijk proces is zal men achteraf niet snel de schuld geven aan het gebruik van de hulpteugel. Meestal was op het moment dat men naar de hulpteugel greep het proces al in gang gezet.
Ga voor meer info naar:
http://www.spierproblemen.nl
.